Nieuws -> In de Lift : Informatie
 
Home
Nieuws
 
 
Kalender
contact


Datum Inhoud
13-04-2011
‘In de Lift’ op De Molenvliet             april 2011
 
Inhoudsopgave
 
0.         In vogelvlucht
1.         Inleiding
2.         Waarvoor staat CBS de Molenvliet?
3.         Wat doet CBS de Molenvliet en wat vinden anderen daarvan?
4.         Wat kunnen leerlingen, ouders en wijk de komende jaren van CBS de Molenvliet verwachten?
5.         Tot slot
 
0.         In vogelvlucht.
CBS de Molenvliet is een school die de totale (intellectuele en sociale) ontwikkeling van hun leerlingen tot doel heeft. Onderwijs op maat is daarbij het kernwoord.
 
Na het verkrijgen van het etiket ‘zeer zwakke school’ is een ‘routeboek’ met 51 concrete verbeterpunten opgesteld. De onderwijsinspectie heeft aangegeven dat door deze route te volgen er optimale kansen ontstonden om een goede school te zijn. Aan de meeste van deze punten is inmiddels is voldaan (volgens de onderwijsinspectie). Daarom kijkt De Molenvliet met vertrouwen naar het komende bezoek van de onderwijsinspectie (mei 2011).
 
Ook ouders en collega’s hebben vertrouwen in De Molenvliet. De ouderenquête van begin 2011 resulteerde in een gemiddelde waardering van 7,5 voor het werk van de school. Onderlinge vergelijking binnen de stichting De Waarden (benchmark) leerde dat De Molenvliet op een aantal punten gunstig scoort ten opzichte van andere scholen: begeleiding van de leerlingen, zorg aan leerlingen, veiligheid, interactie tussen leerkrachten-ouders, schone WC’s! en informatievoorziening.
 
Dat alles geeft aan dat De Molenvliet op de goede weg zit. De leerlingen, ouders en de wijk zullen de komende jaren nog veel van De Molenvliet horen. De school gaat zich de komende jaren meer richten op die wijk (leesproject Sovak, opstarten peuterplein en oriëntatie / insteken op voorschoolse educatie).
 
1.         Inleiding
 
CBS De Molenvliet is al sinds 1970 een plaats waar (jonge) mensen kennis en vaardigheden worden bijgebracht om hun weg in het leven te kunnen bewandelen. De Molenvliet heeft een vaste basis in Klundert-Oost en haar leerlingenbestand is een afspiegeling van de bewoners van de wijk.
 
In de periode 2008 – 2011 is in en rond de school veel gebeurd. Naast de fusie van de P.C. scholen met de R.K. scholen tot stichting De Waarden in januari 2008 heeft het rapport van de onderwijsinspectie de nodige gevolgen voor de school (gehad).
 
In dit stuk proberen we uit te leggen wat voor school de Molenvliet wil zijn en hoe anderen dat ervaren. Die anderen zijn met name de onderwijsinspectie, de ouders van de leerlingen en de collega’s van De Waarden.
 
Het doel is om voor iedereen helder te maken welke onderwerpen nu op de Molenvliet spelen en hoe de school daarmee omgaat. Het biedt daarmee een kijkje in de keuken van het onderwijsbedrijf.
 
2.         Waar De Molenvliet voor staat.
 
Een school is een school, maar elke school is anders. Anders door de doelstellingen van de school, door de manier van lesgeven, door het soort leerlingen, enzovoorts. De combinatie van die factoren maakt elke school uniek, geeft elke school een eigen karakter. Daarom kan het voor ouders zo ingewikkeld zijn om een passende school voor hun kind(eren) te vinden; er zijn zo veel aspecten waarop scholen onderling verschillen.
 
De Molenvliet heeft ook een eigen karakter. Dat karakter is gevormd in de lange geschiedenis van de school. Er is dus tijd genoeg geweest om er over na te denken. Vanuit dat nadenken zijn vier belangrijkste kwaliteitsvragen ontstaan:
1.      Waarom doen we dit?
2.      Doen we de goede dingen?
3.      Levert het de gewenste resultaten? (ontwikkeling, tussendoelen, einddoelen, schoolklimaat)
4.      Vinden anderen dat ook? (is het zichtbaar voor bijvoorbeeld kinderen, ouders, externen)
Dit document gaat in op die vier vragen.
 
3          Wat doet De Molenvliet en wat vinden anderen daarvan?
 
3.1       Waarom doen we dit?
 
In de schoolgids is aangegeven wat de school als haar doel ziet: ‘We vinden het belangrijk dat kinderen opgroeien en zich zo goed mogelijk ontwikkelen in een veilige omgeving. Daarbij is ieder kind uniek, heeft zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Respect voor elk individu moet dan zichtbaar zijn. We werken daarbij vanuit onze Christelijke achtergrond. We willen dit samen met de ouders doen, omdat ouders en school hetzelfde doel hebben en elkaar hierin mogen steunen. Kinderen moeten op deze manier een gelukkige schooltijd hebben en dus lekker in hun vel zitten.’
Samengevat: de Molenvliet wil kwalitatief goed onderwijs bieden aan elk van haar leerlingen, passend bij hun situatie. Kwaliteit is daarbij meer dan goede cijfers behalen, het gaat dan over de totale (intellectuele en sociale) ontwikkeling van de leerlingen.
 
3.2       Doen we de goede dingen?
 
Het is moeilijk om volledig te zijn in de opsomming van alles wat op de school gebeurt. Hieronder volgt een korte – niet volledige – opsomming van goede dingen die we doen.
 
-         Er is eenheid binnen de school wat betreft inrichting van de klassen. Iedere klas werkt met groepjes die van tijd tot tijd wisselen. Zo leren kinderen – net als in de maatschappij – om te gaan met anderen en samen te werken. Ook houden we onze school opgeruimd en netjes.
 
-         Er is veel leertijd ingeroosterd voor Taal en Lezen. We hebben zo ingespeeld op de behoefte van veel kinderen. Met name het Technisch Lezen heeft dagelijks de aandacht, want goed kunnen lezen is voorwaarde voor andere leergebieden. We laten de kinderen veel en regelmatig zelfstandig werken en passen wekelijks gezamenlijke werkvormen toe.
 
-         Er is eenheid in aanpak van het lesgeven. We hebben daarvoor een didactische top-10 opgesteld. Die is: ophalen van de voorkennis, herhalen van het eerder geleerde, goede interactie tussen leerkracht en leerling, instructie / uitleg naar behoefte, aandacht voor het leerproces, betrokkenheid, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid bevorderen zijn daarbij belangrijke aspecten. Goed lesgeven biedt de beste kansen voor het leren.
 
-         De zorg en begeleiding is heel goed en eenduidig geregeld. We verlenen de zorg zoveel mogelijk binnen onze lessen en binnen het eigen lokaal door de eigen leerkracht. Daar zijn de kinderen het beste mee af. Sommige kinderen ervaren problemen bij het leren, zij worden dan nader onderzocht en voor hen wordt een eigen leerlijn uitgezet of handelingsplannen samengesteld. Onze IB-er (interne begeleider) bespreekt die begeleiding en de resultaten ervan en zij houdt de vorderingen nauwlettend in de gaten. Ook de ouders worden betrokken in het proces van begeleiding en zorg.
 
-         Nadat we toetsen hebben afgenomen analyseren we de opbrengsten, stellen doelen op voor de komende periode en bepalen hoe we die kunnen bereiken. We kijken naar groepsaanpak en naar individuele aanpak.
 
-         We hechten grote waarde aan goede oudercontacten, ook in de bovenbouw. Zo gaan we jaarlijks op huisbezoek. Daarmee is de ouderbetrokkenheid zichtbaar geworden. Samenwerking tussen thuis en school is heel belangrijk voor een optimale ontwikkeling.
 
-         We hebben een kwaliteitssysteem waarbij we rekening houden met de onderwijsbehoeften van de leerlingen, we systematisch de resultaten evalueren, planmatig aan verbeteringen werken en ons ook verantwoorden naar belanghebbenden (ouders, bestuur)
 
3.3.      Levert het de gewenste resultaten op?
 
Bij de beoordeling van de effectiviteit van ons werk kijken we niet alleen naar de eindcijfers van de Cito, maar naar de hele ontwikkeling van de kinderen en de school. Gedurende de hele schoolloopbaan gaan we de vorderingen na d.m.v. methodetoetsen en Cito-toetsen. In het najaar van groep 8 doen de kinderen de NIO-toets van Edux. Daaruit blijkt welke capaciteiten / mogelijkheden elk kind heeft (wat erin zit). Uit berekening blijkt – dat als we de NIO-score vergelijken met de Cito-eind-score – wij op De Molenvliet gemiddeld bovenpresteerders hebben., dat wil zeggen dat we er méér uithalen, dan er volgens de NIO in zit.
Door het advies van Cito en NIO en het schooladvies door de eigen leerkracht komt zodoende elk kind op de juiste plaats terecht in het Voortgezet Onderwijs.
 
Binnen de school is er een groeiende eenheid. Leerkrachten ervaren dat door de goede en intensieve samenwerking, de gevoelde gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het hele schoolgebeuren en de werksfeer. Dit is ook merkbaar en zichtbaar naar buiten toe.
 
We zien een positieve ontwikkeling en dat geeft naast veel en hard werken, ook nieuwe energie.
De scores van de toetsen blijven natuurlijk ook belangrijk. We hebben nog niet de gewenste gemiddelde eindscores bereikt, maar wel een duidelijke structuur neergezet in de begeleiding van de kinderen en een vroegtijdige signalering, zodat er optimale kansen geboden worden. Bijvoorbeeld de leesaanpak heeft ertoe geleid dat in de groepen 7 en 8 alle kinderen op voldoende AVI-niveau zitten.
 
Het contact met ouders is verbeterd, met name in de bovenbouw. Dat heeft een gunstig effect op de ontwikkeling van de leerlingen.
 
3.4              Vinden anderen dat ook?
 
In het vorige gedeelte hebben we aangegeven hoe wijzelf de resultaten van ons werk beoordelen. Dat is belangrijk, we doen het werk tenslotte niet voor niets. Maar het is ook belangrijk van anderen te horen hoe zij tegen de resultaten aankijken. De groep ‘anderen’ valt in dit geval in drie delen uiteen: onderwijsinspectie, collega’s en ouders.
 
3.4.1         Onderwijsinspectie[1]
 
De onderwijsinspectie ziet toe op de kwaliteit van het onderwijs van alle (basis)scholen in Nederland. Dat doen ze – onder andere - door te kijken naar de cijfers waarmee de leerlingen de school verlaten in groep 8. Al in 2007 waren er zorgen over die cijfers van onze leerlingen in die groep. Daarnaast bleken er op De Molenvliet steeds meer leerlingen speciale zorg nodig te hebben en bleek dat er verschillen in aanpak ontstonden wegens wisselingen in het team.
 
Toen in februari 2008 de eindresultaten opnieuw onder de inspectienorm uitkwamen, hebben de Molenvliet en het bestuur van stichting De Waarden meteen ingezet op verbeteren. Er is een onderzoek door onderwijsbegeleidingsdienst Edux. Het gevolg daarvan was dat er een verbeterplan werd opgesteld, waarin ingezet werd op kwaliteitsverbetering, heldere doelstellingen, eenduidigheid binnen de school enz. In augustus 2008 waren er nog niet direct zichtbare verbeteringen, waardoor de inspectie haar zorgen hield. Dat verklaart het etiket ‘zeer zwakke school’ die de Molenvliet sinds 2008 draagt. Dat etiket houdt in dat:
-         we een gedegen verbeterplan moesten opstellen
-         we dit verder moesten concretiseren in een zgn. routeboek
-         er halfjaarlijks een bezoek door de inspectie kwam om de voortgang te bespreken en / of te beoordelen
-         er vanuit het nieuwe bestuur ook regelmatig verantwoording werd gevraagd
 
Om de Molenvliet te helpen de goede richting in te slaan is met de inspectie een plan opgesteld om alle zorgen en aandachtspunten aan te pakken. De Molenvliet heeft ruim twee jaar de tijd gekregen om dit plan uit te voeren (1 februari 2009 – 1 maart 2011). In verschillende nieuwsbrieven en op ouderavonden is hierover gecommuniceerd.
 
Sinds 2009 heeft de inspectie dus intensief toezicht gehouden op De Molenvliet. Aan de hand van een zogenaamd routeboek zijn tal van ontwikkelingen in gang gezet, waarbij het schrijven van stukken veel tijd in beslag nam.
 
In de voortgangsgesprekken (19-11-2009 en 02-11-2010) werden de vorderingen bekeken, besproken en gecontroleerd. In het tussentijds kwaliteitsonderzoek (30-03-2010) werd een beoordeling gegeven over de stand van zaken tot dan toe. Dit kwaliteitsonderzoek was een tussentijds toetsmoment. We bleken op koers te zitten.
 
3.4.1.1              Kwaliteitsonderzoek 2010
Uit het tussentijdse kwaliteitsonderzoek van 30 maart 2010 bleek dat De Molenvliet voldoende beoordeeld werd op:
-         De resultaten tijdens de schoolperiode (tussenopbrengsten)
-         Taakgerichte werksfeer
-         Actieve betrokkenheid van leerlingen
-         Systematisch volgen en analyseren van de ontwikkeling van leerlingen
-         Vroegtijdig signaleren van zorgbehoefte
Enkele punten waren nog onvoldoende:
-         Eindresultaten in groep 8
-         Ontwikkeling van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften
-         Borging van de kwaliteit van het onderwijsleerproces
 
3.4.1.2.            Verslag 2010
In het voortgangsgesprek van november 2010 heeft de inspectie aangegeven dat er duidelijke onderwijskundige verbeteringen ingezet waren en de school aan nagenoeg alle gemaakte afspraken heeft voldaan. De school heeft een duidelijke omslag gemaakt naar een meer opbrengstgerichte aanpak. Verbeteringen zijn in de meeste gevallen al zichtbaar.
 
3.4.1.3.            Kwaliteitsonderzoek 2011
Inmiddels is de termijn van twee jaar verstreken. Er is in die twee jaar veel verbeterd. Ook volgens de inspectie. Na haar laatste bezoek stonden nog een paar puntjes open. Daar hebben we hard aan gewerkt en met resultaat!
 
De eindresultaten zijn verbeterd, maar de ondergrens die de inspectie stelt ten aanzien van de gemiddelde Cito-eind-scores is nog niet bereikt. We hebben op onze school een grote diversiteit aan leerlingen en capaciteiten. Dat zien we aan het vervolgonderwijs waar naartoe onze leerlingen uitstromen. Dat varieert van VMBO-LWOO tot HAVO/VWO. Door middel van vergelijking van capaciteiten en uiteindelijke prestaties gaan we na of kinderen onderpresteren of juist meer presteren dan er volgens de NIO in zit.
 
Voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften worden momenteel zogenaamde ‘ontwikkelingsperspectieven’ ontwikkeld, waarbij capaciteiten en leerrendement worden opgenomen. De ontwikkelingen worden vervolgens scherp in de gaten gehouden. Dit zal voor de inspectie voldoende aanleiding moeten zijn om ook dit punt als voldoende aan te merken.
 
Inmiddels hebben we ook van alle criteria opgeschreven hoe dat deze op school gehanteerd worden, hoe we jaarlijks evalueren en bijstellen. Dit heet borging en ook dat onderdeel zou nu als voldoende door de inspectie moeten worden beoordeeld.
 
Op vrijdag 13 mei 2011 komen twee inspecteurs de hele dag om de kwaliteitsverbetering te beoordelen. Met al het bovenstaande in het achterhoofd zien we voldoende redenen voor een gunstige beoordeling van de school.
 
3.4.2        Collega’s
 
3.4.2.1.            Bestuur De Waarden
Naar het bestuur wordt halfjaarlijks verslag uitgebracht over de opbrengsten. Ook komt een van de bovenschoolse directeuren ongeveer 3 keer per jaar op elke school om de ontwikkelingen te bespreken. Zij zijn dus redelijk goed op de hoogte van wat er op school gebeurt. Het college van bestuur spreekt telkens haar vertrouwen uit in de ingeslagen weg en de ontwikkelingen.
 
3.4.2.2              Collega directeuren
Naast een bezoek van bestuurders van Stichting De Waarden (het bestuur) bezoeken de directeuren van de ‘Waarden scholen’ elkaar ook onderling. Met als doel om te zien hoe onderwijs op een andere school wordt opgepakt. Om daarvan zelf te leren, maar ook om de ander tips te geven. Uit het bezoek aan De Molenvliet blijkt dat wij het heel goed doen. In zijn verslag heeft de bezoekende directeur aangegeven dat wij op de volgende punten positief  vooruitlopen: inzicht hebben in de onderwijsbehoeften van de leerlingenpopulatie, resultaat/opbrengstgericht werken door analyse van de resultaten, evalueren van het onderwijsproces en het vastleggen / inplannen van verbeteractiviteiten en het borgen van die onderwijskwaliteit. Ook de verantwoording aan belanghebbenden is goed.
 
3.4.3        Ouders
 
De ouders van de leerlingen hebben begin 2011 een enquête ingevuld. Door de hoge respons (68%) geven de antwoorden een goed beeld van wat ouders van de school vinden. De vragen waren verdeeld in een aantal categorieën. Elke vraag kon 1 tot 4 punten krijgen, waarbij 4 punten uiterst positief is. Een score onder de 3 vraagt om nadere bespreking en/of actie in de komende jaren. Omdat wij de mening van ouders heel belangrijk vinden, volgt hieronder uitgebreidere informatie over de bevindingen:
 

Onderwerp
Score (max.4.0
Toelichting
leerstof en toetsen
3,6
vanwege het voldoende leren door de kinderen, brede ontwikkeling en duidelijke doelen.
begeleiding
3,7
onder andere door de aandacht en relatie van de leerkrachten met de kinderen, de geboden hulp, goede uitleg en zelfstandig werken.
leer- en hulpmiddelen
3,6
 
ICT
3,3
voldoende en goede computers en fijne werkplekken verdienen nog aandacht.
zorg
3,7
grote tevredenheid (3,9) over de extra zorg waar dat nodig is, goede ondersteuning en informatie vanuit de school.
sfeer
3,5
kinderen gaan graag naar school (3,8), maar onderling tussen de kinderen verdient nog meer aandacht (3,4).
sociale omgang
 
3,6
goede voorbeeld door de leerkrachten, spreken over normen en waarden en luisteren naar meningen. Nog meer aandacht nodig voor juiste reacties op negatief leerlingengedrag (3,2).
veiligheid
 
3,4
kinderen voelen zich veilig (3,7) en kan bij de leerkracht terecht met problemen. Nog nader aandacht voor het respectvol omgaan tussen leerlingen onderling en de reacties daarop van de school (3,2). De onbekendheid bij kinderen over de vertrouwenspersoon (2,9) en diens werk.
interactie leerkracht - ouder
3,9
goed contact en communicatie, leerkracht is toegankelijk en bereikbaar.
interactie leerkracht - leerling
3,8
positieve benadering en respect. Leerkracht heeft oog voor de leerling.
management
3,4
aanspreekbaarheid. Enkele ouders vinden zich niet serieus genomen bij inbreng.
huisvesting
3,5
voldoende speelgelegenheid en opgeruimde school.
procedures
 
3,7
vriendelijk te woord gestaan worden, goede opvang bij zieke leerkracht, tevredenheid over lestijden. Onbekender is de klachtenregeling (3,2).
informatievoorziening
3,7
duidelijke nieuwsbrief (3,9), relevante en tijdige informatie. Website mag verbeterd (3,6).
overlegstructuur
3,4
communicatie is weer tijdig en voldoende, maar nog aandacht nodig voor open staan voor nieuwe ideeën (3,1).
ouderbetrokkenheid
3,4
ouders zijn niet voldoende op de hoogte van de mogelijkheden (3,4).
verwachtingen
3,4
Informatie op de website en in de schoolgids sluit goed aan bij realiteit (3,6).

 
Het blijkt dat de oud

top
CBS De Molenvliet.